Het concept van 52 is heel simpel: elke week een andere fotograaf. Het doel is om anderen en ook mezelf te laten inspireren. Ik verzorg 52 weken lang een hele korte inleiding waarin ik name inga op waarom iemand me inspireert of in verwarring brengt. Ik merk dat ik met het werk van sommige fotografen wat minder uit de voeten kan. Het belangrijkste vind ik dat fotografen me kunnen raken met wat ze laten zien.

De Hongaar Gyula Halász  (1899 -1984) werd bekend onder zijn pseudoniem George Brassaï. Hij was een zoon van een professor in de Franse literatuur. Zijn ouders vertrokken richting Parijs toen hij 3 jaar oud was. Zelf vertrok George naar Boedapest om schilderkunst te studeren. Daarna woonde hij een tijd in Berlijn (1920) waar hij student was aan de Universiteit van de Kunsten. Rond 1924 vertrok hij naar de Parijse kunstenaarswijk Montparnasse. Om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien startte hij als journalist.

 

George Brassaï ontwikkelde een liefde voor de fotografie door zijn vriend en mede-fotograaf André Kertész. George Brassaï legde zich toe op het fotograferen van het Parijse nachtleven. Hier werd hij dan ook uiteindelijk wereldberoemd mee. Het fotoboek “Paris de Nuit” is zijn bekendste werk. Prachtige foto’s van de nachtelijke straten, maar ook de louche buurten en dames van lichte zeden. De schrijver Henry Miller noemde hem het oog van Parijs. En schrijver Jean Paulhan omschreef het treffender: “deze man heeft meer dan twee ogen”.  Het werk van George Brassaï is over de hele wereld tentoongesteld. Het schijnt dat Picasso ooit tegen hem geroepn heeft: “Je bent een geboren tekenaar, waarom blijf je dit niet doen? Je hebt hier een goudmijn, maar je blijft erbij om in een zoutmijn te gaan werken”.

George Brassaï was niet alleen fotograaf, maar hield zich ook bezig met schilderen en tekenen, maar ook de beeldhouwkunst. Hij had daarnaast “beroemde” vrienden zoals Pablo Picasso en Henri Matisse. Het werk van de fotograaf ademt een mystieke sfeer uit. Het gebrekkige licht in de nacht zal hier zeker toe bijdragen. Het was in die tijd nog niet gebruikelijk om ’s nachts te fotograferen. Vaak had George Brassaï dan ook voorbeelden bij zich als hij met statief zich ophield in louche buurten. De politie moest regelmatig overtuigd worden dat hij niets kwaads in de zin had. Wel zijn er anderen geweest die kwaad deden jegens de fotograaf. Hij is meerdere malen van zijn geld en spullen beroofd.

Wil je meer weten?